GPS is een GNSS
Een satelliet navigatie systeem dat werelddekkend is wordt een Global Navigation
Satellite System (GNSS) genoemd. Het Global Positioning System (GPS) is een door
de Amerikaanse overheid ontwikkelde GNSS.
Om niet afhankelijk te zijn van de Amerikanen hebben Europa, Rusland en China
een eigen GNSS ontwikkeld: respectievelijk Galileo, GLONASS en Beidou. Veel
smartphones maken naast GPS nu ook al gebruik van GLONASS.
Het principe
GPS gebruikt ruim 30 satellieten die op zo'n 20.000 km hoogte cirkelen,
zodanig dat in elke uithoek van de wereld een positie berekend kan worden.
In de smartphone zit een GPS-ontvanger die aan de hand van een ontvangen
satellietsignaal de afstand tot een satelliet kan bepalen.
De GPS-ontvanger werkt geheel onafhankelijk van internet!
Nauwkeurigheid
De nauwkeurigheid hangt af van het aantal ontvangen satellieten (minimaal vier
zijn noodzakelijk) en hoe deze over de hemelbol verdeeld zijn.
- Amerikaans GPS: tot 4 meter nauwkeurig
- Europees Galileo: belooft 1 meter nauwkeurigheid
In een stad, dicht bos of bergdal zijn minder satellieten 'in het zicht',
waardoor de positie minder nauwkeurig is. In de polder, woestijn of op een
bergtop is de nauwkeurigheid optimaal.
Assisted GPS (A-GPS)
Naast GPS heeft de smartphone drie andere manieren om een positie te bepalen:
GSM-zendmasten
Wanneer een smartphone verbinding heeft met één of meerdere zendmasten kan
een positie berekend worden. Nauwkeurigheid: 30 meter tot enkele kilometers.
Geen internetverbinding nodig.
WiFi-routers
Positiebepaling met bekende locaties van WiFi-routers uit een wereldwijde
database. Nauwkeurigheid: beter dan 50 meter, vaak tot enkele meters.
Internetverbinding vereist.
Bluetooth-zenders
In publieke gebouwen zoals winkelcentra en musea. Nauwkeurigheid:
tot wel 2 meter, zelfs tot op de verdieping. Internetverbinding vereist.
GPS versus Assisted-GPS
Een GPS positieberekening is wereldwijd te gebruiken en nauwkeuriger dan
zendmast-triangulatie. Binnen enkele seconden wordt de positie bepaald door
zendmast- of WiFi-triangulatie. Na het opstarten van een navigatie-app zie je
vaak een grote cirkel rondom de positiestip – deze geeft de nauwkeurigheid aan.
Na ongeveer een minuut wordt deze cirkel kleiner, wat aangeeft dat de GPS
positieberekening nauwkeuriger wordt. Binnenshuis worden de zwakkere
satellietsignalen niet ontvangen, maar kan vaak nog wel via A-GPS een positie
bepaald worden.
Traceerbaarheid van smartphone
GPS-ontvanger is NIET traceerbaar
Ten onrechte wordt soms gesuggereerd dat GPS-ontvangers een locatiesignaal
uitzenden. De satelliet is een zender, de GPS-ontvanger is een ontvanger.
Het GPS-systeem kan dus niet iemand volgen, net zomin als iemand gevolgd
kan worden die een radio-ontvanger bij zich heeft.
Wel traceerbaar via
- GSM-zendmasten: Via communicatie met zendmasten.
Informatie is bekend bij de provider en opvraagbaar door opsporingsinstanties.
- Apps: Veel apps gebruiken je positie voor
locatie-gerichte informatie. Lees de privacy voorwaarden!